Ola!
Eens even zien, ik was gebleven bij Coroico, wat alweer erg lang geleden lijkt. Frank greep me zat.ochtend ineens bij mijn middel terwijl ik hem pas op zijn vroegst ´s avonds had verwacht. Hij had dus flink doorgeknald tijdens de wandeling. Hij vond de wandeling erg mooi: prachtig uitzicht met grote watervallen, mooie bossen en een heldere rivier waar hij zich een aantal keer in heeft gewassen.
Fotootje toen Frank aan de track begon (hij had de camera niet meegenomen omdat in de gids iets stond over overvallen)

Mijn spaanse lessen hebben denk ik niet zo veel opgeleverd; bij elkaar was het ook maar 6 uur, niet genoeg om een nieuwe taal onder de knie te krijgen! Maar goed, ik heb genoeg materiaal gekregen om door te leren (maarreeee nog niet echt aan toegekomen.....).
De drie daaropvolgende dagen met Frank waren heel relaxed. We hebben ons vermaakt in het zwembad


(zelfs een keer tijdens een dikke mist), verstoppertje gespeeld in het donker, veel gekaart en lekker gegeten; waaronder een keer fondue, wat erg gezellig was.
Foto uitzicht van onze kamer:

De volgende stop was Lake Titicaca, waar we verbleven in copacabana: een hippiestadje aan het meer. Hier hadden we een doel voor ogen: een vlucht boeken naar Colombia. Frank was in Coroico op dit geweldige idee gekomen: om voor een paar weekjes te gaan chillen aan de caribische zee. Maar in Coroico was het internet supertraag, dus we moesten wachten tot onze volgende stop. In Copacabana lukte het ons eindelijk om vlucht te vinden - voor een goede prijs - van Lima naar Bogota. 28 dec. is de vlucht dus we zullen oud en nieuw in de caribbean vieren!
Anyway, Copacabana: hier heb ik mijn verjaardag gevierd. We besloten dit op nederlandse tijd te vieren, dus konden we op 9 dec. om 19uur onze bierglazen klinken omdat het toen middernacht was in Nederland. We zaten in een gezellig restaurant waar iedereen spelletjes speelden, erg leuk.

Na het eten raakten we aan de praat met een stel duitsers. Ik begon ze uit te leggen hoe "Janif" werkte: een israelisch kaartspel wat wij weer van 2 nederlandse meisjes in La Paz hadden geleerd. Even later voegden wij ons bij het spel en nadat ik 5 rondjes had gewonnen, van de 5 rondjes (opvallend?!) moesten we het restaurant verlaten nadat we net allemaal een lekkere cocktail hadden besteld, maar die besloten ze niet meer te serveren. Toen hebben we nog goed doorgezakt in een ander leuk barretje. Al met al een leuke avond gehad!
De volgende dag hadden we een boot naar Isla Del Sol: een eiland op het meer.

Het is een mooi, rustig eiland met prachtig uitzicht over het meer en de bergen. Op het eiland zelf is ook een berg, waar je helemaal naar de top moet lopen met rugzak en al voor de hotels. Omdat lake titicaca op een hoogte van 4000mtr ligt was het een behoorlijke klim; lichamelijk ging het prima, maar je bent steeds buiten adem.
Maar eenmaal boven is het uitzicht dus geweldig. We hadden een rustig hotel een beetje achteraf en vanuit het raam zag je allemaal kleine biggetjes rennen. Het was een beetje een boerendorp, maar dan naast de varkens en schapen ook een hoop lama´s en ezels.
net nep!

even kennismaken: hallo schaap, ik ben geit.

katje boos?

Echt een gezellig dorpje, we hebben daar vooral vrienden gemaakt met de honden.

Die vaak de hele dag met je meeliepen en zelfs je hotelkamer mee ingingen om daar een lekker ligplekje te zoeken.
De eerste avond had ik het een beetje koud

Één keer zijn we - op aanraden van de duitser in copacabana - bij een pizzeria gaan eten. We vonden in het dorpje een bord van de pizzeria met een pijl richting de bossen. Uiteindelijk bleek het restaurant een eind buiten het dorp te liggen aan de rand van de berg, waardoor we mooi uitzicht hadden op de zonsondergang.

Maar omdat het zo afgelegen was kwam daar volgens mij nooit iemand. Frank voelde zich er echter wel thuis:

(is zo´n gangsta-mutsje niks voor jou japie?)
Toen we - na uren wachten op de pizza - klaar waren met eten werden we door het gezinnetje weer terugbegeleidt naar het dorp omdat we geen zaklamp hadden meegebracht en het in het bos pikdonker was. Grappige ervaring.
Nog wat foto´s van het eiland:




Op de laatste dag kwamen we er helaas te laat achter dat het alleen een uur vroeger leeft dan het vaste land. Onderweg naar beneden om de boot te pakken vertelde iemand ons namelijk dat het al 11.15 was, en de boot was dus om 10.30 al vertrokken. Wij balen, want de volgende boot vertrok pas 15.30uur, de toeristenboot dan. Want er gaan nog veel meer boten, alleen die zijn voor de locals. Dat onderscheid dat op dat eiland steeds gemaakt werd tussen toeristen en locals was echt niet tof. Zo was de heenweg naar het eiland 10 bolivianos, en de terugweg ineens 20, omdat ze weten dat we wel moeten betalen(dit doen ze niet bij locals natuurlijk). We konden uiteindelijk een ticket krijgen voor een andere boot om 12uur, en na een discussie betaalden we toch maar 20. Na een hele hoop gezeik (had hierover een flink verhaal getypt, maar heb besloten dat het niet zo heel boeiend is om te lezen) en geruzie tussen de man die de tickets verkocht en de eigenaar van de boot,(die vroeg meer dan de man van de tickets ons had laten betalen) vertrokken we dan eindelijk.
In copacabana pakten we een busje naar de grens van Peru. Bij de grensovergang kwamen we een nederlands meisje tegen en samen met haar wilden we de bus naar Puno pakken; een stad waar we zouden overnachten om de volgende dag door te reizen naar Arequipa. De bus zou er 3 uur over doen en zou over drie kwartier vertrekken. Na een heerlijke lunch liepen we netjes op tijd terug naar de bus en zochten een plekje. 1,5uur later was de bus nog niet vertrokken, omdat die blijkbaar nog niet vol genoeg zat. De chauffeur was al een uur aan het toeteren met de overtuiging dat mensen dan ineens wél meewilden naar puno en buiten schreeuwden andere mensen de hele tijd: punopunopuno! Frank en ik waren het helemaal zat en begonnen zelf ook te schreeuwen. Maar dan: VAMOS VAMOS VAMOS! = LET´S GO! Het maakte niet veel verschil, maar uiteindelijk kwamen we ´s avonds dan toch in Puno aan. Puno leek net thailand: het verkeer was een gekkenhuis en overal crossten de riksja´s en tuktuk´s rakelings langs elkaar en ons af. We zagen geen taxi dus besloten met z´n 3en (met het nl´se meisje) in een tuktuk te gaan. Alleen pasten onze backpacks daar niet bij dus die moesten in een bak achterop de tuktuk. We hadden daar allemaal een slecht gevoel over, dus Frank bleef door het raampje naar achteren kijken. We waren 5 seconden aan het rijden toen Frank ineens enorm begon te schreeuwen en te vloeken en de tuktuk uitvloog. Ik schrok me natuurlijk de pleuris en rende achter hem aan. Inmiddels lag mijn backpack midden op straat en rende de dief keihard weg, die ook enorm geschrokken was van Frank zijn geschreeuw. Bijna was ik alles kwijt geweest! (nou ja, niet alles, want de nieuwe camera bewaak ik met mijn leven natuurlijk). 5 minuten daarvoor had iemand ook al de rugzak van het nl´se meisje opengeritst. Een beetje van slag gingen we toen snel op zoek naar een taxi, met onze backpack´s op schoot (niet meer in de achterbak) en de deuren op slot.
Alles bij elkaar was het een chaotische dag en een niet bepaald uitnodigende binnenkomst in Peru.
Inmiddels zitten we in Arequipa: een grote en mooie stad, vol met gebouwen die gemaakt zijn van "sillar": wit vulkanisch gesteente. We zijn van plan hier een tijdje te blijven en onze tijd te nuttigen aan winkelen, lezen, eten en sightseeing: vandaag zijn we naar een bijzonder klooster geweest: dit klooster was namelijk eerder een klein dorpje (van een aantal hectare) middenin de stad omringt door muren en voor 400 jaar afgesloten van de buitenwereld: niemand wist wat zich daar binnen afspeelde. Sinds 1960 geloof ik is het opengesteld voor het volk en is er nog maar een klein gedeelte wat bewoont wordt door nonnen. Nu kun je door de straatjes wandelen en kamers bekijken waar de nonnen lang lang geleden sliepen. Alle gebouwen zijn gemaakt van dat vulkanische gesteente en aan de buitenkant zijn sommige geverfd met een aardse terracotta-kleur of een hemelse blauwe kleur.



opbiechten jij!

We hebben ons daar een paar uur zeer goed vermaakt en uiteindelijk in het restaurantje een van de lekkerste taarten ooit gehad. Ik heb Frank nog nooit zo gretig zien eten!
In La Paz is Frank nog naar de kapper geweest. Wij zaten in een kappersstraatje en alle kappers wezen naar Frank zijn baard en probeerden hem binnen te krijgen. Uiteindelijk bezweek Frank onder grote druk (de baard begon ook wel behoorlijke proporties aan te nemen) en ik wilden jullie de foto´s hiervan niet onthouden:
BEFORE:

IN BETWEEN: (dit vond ik hilarisch)

AFTER:

hij leek ineens 25 jaar, echt heel raar! Zo loopt ie er weer fatsoenlijk bij, toch Lucia?
Nou mensen, nu is het tijd voor jullie om verhalen op te biechten!

Confess!